Voor Society 5.0 Festival stelde ik een panel samen over AI Afterlife. Daarin bespraken we verschillende vormen en toepassingen van ‘re-animaties’ met AI. Een deel daarvan ging over AI in rouwverwerking. Marco Visser schreef daarover een artikel voor Trouw.

Livebeleving
Het thema fascinereert me omdat het gaat over de kracht van media(technologieën) om ons iets sterk te laten beleven. We weten dat de visualisatie op ons scherm niet echt onze dierbare is en toch hebben we een sterke beleving. De documentaire Deepfake Therapy van Roshan Nejal (te zien op 2Doc.nl) toont de emotionele reacties van nabestaanden op relatief primitieve (want al drie jaar oud) deepfake-versies van hun dierbaren. Een vrouw zegt tegen het scherm: “Je wordt opa”. Een moeder vraagt “haar dochter” of ze spijt heeft van haar zelfmoord en hoe het hiernamaals eruitziet. Als je dan bedenkt wat er nu met AI kan, of over 5 jaar.

Fake or real?
In discussies over dit soort vernieuwingen is de zorg vaak dat mensen straks niet meer zullen herkennen dat iets “fake” is. De vraag die mij bezighoudt is niet zozeer of we “erin trappen”, maar wat het ons doet. We hebben natuurlijk al lang foto’s van overleden dierbaren en praten in gedachten nog tegen iemand, maar deze AI-versies kunnen terugpraten wat zorgt voor een veel sterkere beleving.

Ingebed in je dagelijks leven
Bovendien zijn veel media ingebed in ons dagelijks leven, wat de impact ervan versterkt. Wat als je met “je overleden partner” kunt blijven appen? Op basis van al diens app’jes aan jou is het voor een goede AI-tool niet moeilijk om te appen zoals diegene zou doen. Ook als je dondersgoed weet dat het niet echt is, kan dit wel heel echt voelen. Emotioneel realisme heet dat. En in alledaags “contact”, zoals we hebben via onze chat-apps, kan dit een grote rol spelen in je leven.

AI ontwikkelt door, maar wel gebaseerd op data uit het verleden
20 jaar verder weet de AI-tool wie jouw nieuwe vrienden zijn en vraagt geinteresseerd naar de kleinkinderen die na diens dood zijn geboren. AI kan leren en ontwikkelen, maar natuurlijk niet precies zoals de overledene zou hebben gedaan. Ook als de chat doorgaat, is de ontwikkeling van de overledene gestopt bij diens dood.

Wie mag mij namaken?
Er zijn nog geen regels over het creëren van afterlife avatars, maar we moeten hier wel over gaan nadenken. Waar liggen de rechten die nodig zijn om dit te maken? Wil ik wel of niet dat mijn nabestaanden straks met een AI-versie van mij kunnen praten, en waar kan ik dat aangeven? Wie mag er gebruikmaken van alle teksten, foto’s en video’s die mijn naasten van mij hebben?

Het stuk in Trouw is hier te lezen (als je niet door de betaalmuur komt dan kan ik je een pdf sturen).

Met grote dank aan meedenkers en panelleden: Geert Wissink, Kitty Leering, Tom Divon, Sammie de Vries, Annabel van Dijk, Nina Willems en Davy van Gerven.